Toetscultuur schept vertekend beeld

testsHet is een wonder dat ik ooit mijn rijbewijs heb gehaald. Ik kon prima rijden hoor, maar bij het examen leek het of ik veranderde in een seniele versie van mezelf. In een vlaag van verstandsverbijstering wist ik het gaspedaal niet meer van de koppeling te onderscheiden en zette ik de ruitenwissers aan als ik rechtsaf wilde slaan. Vijf keer zakte ik. Het leek een kansloze missie. Met de moed der wanhoop had ik mijn kans op dat roze papiertje al bijna aan de wilgen gehangen. Examinatoren waren in mijn hoofd uitgegroeid tot enge sadistische mannetjes. Die ’s avonds boven hun bed een lijstje bijhielden van alle arme leerlingen die ze die dag weer € 250 hadden weten af te troggelen voor een herexamen.

Maar er kwam een uitweg: vanwege mijn indrukwekkende verzameling mislukkingen bleek ik in aanmerking te komen voor een aangepast examen. Dat begon met een kopje thee en een geanimeerd gesprek met een soort engel, waardoor ik bijna vergat waarvoor ik gekomen was. Haast ongemerkt belandde ik achter het stuur en na drie kwartier nam ik verbluft de felicitaties in ontvangst. Inmiddels ben ik bijna twintig no claim-jaren verder.

Cito-terreur

Het is nu eind januari en dat betekent oogsttijd in de basisschool. Tussen de griepgolven door storten de kinderen zich op hun Cito-toetsen. De een met groot gemak en zeeën van tijd, de ander met het zelfvertrouwen van iemand die al vijf keer voor z’n rijexamen is gezakt. Zo’n leerling die zich tijdens de lessen prima kan redden, maar zodra het woord Cito klinkt, de stress al in de ledematen voelt schieten.

Het blijft toch een merkwaardig fenomeen, die toetscultuur. Waar we met passend onderwijs ons best doen om aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van ieder kind, trekken we wel twee keer per jaar een en dezelfde lat uit de kast om alle kinderen langs te leggen. Van ieder kind wordt hetzelfde verwacht. Alsof je tegen een dove zegt: ‘Zo, vandaag gaan we jouw gehoor eens vergelijken met dat van alle horende mensen. Laat maar eens zien wat je kunt!’ Ik voel me nogal bezwaard dat we bepaalde kinderen vermoeien met de Cito-terreur, terwijl we van tevoren de uitslag al weten. De waarde van Cito-toetsen in het onderwijs is de laatste jaren zwaar overschat. Door overheden, besturen en daardoor ook door leerkrachten, ouders en uiteindelijk het kind.

vertekend beeld
Als er veel van een score afhangt, ontstaat er stress. Het ene kind presteert extra goed onder druk, de ander klapt volledig dicht. In beide gevallen zorgt het voor een vertekend beeld van de werkelijkheid. Daarnaast werkt het oneigenlijk gebruik van een toets in de hand. Scholen die uitgebreid gaan oefenen voor een Cito-toets met allerhande oefenprogramma’s en vergelijkbare (of dezelfde!) toetsopgaven. Ouders die hun kind naar peperdure Cito-trainingen sturen. En ja hoor, met het gewenste resultaat: de Cito-scores stijgen. Gevolg: het landelijk gemiddelde wordt hoger en daardoor wordt de normering bijgesteld. Het jaar daarna moet aan nog hogere eisen worden voldaan om goed te scoren. En zo werken we ook nog eens kansongelijkheid in de hand. Ouders met geld en aandacht voor een Cito-training krijgen hun kind op een hogere score, en dus op een hoger niveau in het (voortgezet) onderwijs. Er bestaan daadwerkelijk scholen die kinderen bij voorbaat weigeren als ze onder de 535 scoren op hun eindCito. Wat een armzaligheid!

Gelukkig lijkt het er op dat er iets aan het veranderen is. Er gaan steeds meer stemmen op om te stoppen met het toetsen van kleuters. De inspectie richt zich alleen nog op de eindtoets. Daarnaast is de eindtoets sinds 2016 verplaatst naar april, waardoor de scores nauwelijks van invloed zijn op het schooladvies.

Vorige week liep ik het lokaal van mijn collega binnen en ik zag de zorgen op haar gezicht. ‘Mijn leerling heeft maar één antwoord goed van z’n hele rekentoets. Hoe kan dat nou? Zijn rekenwerk gaat de laatste tijd juist zo goed!’ Ik weet het nog niet precies, maar het komt me bekend voor. Eerst maar eens een kopje thee met hem drinken, denk ik.

©Nederlands Dagblad maandag 29 jan ’18

Anita Zeldenrust- vd Kuilen  

Mijn columns verschijnen iedere vierde maandag van de maand in het Nederlands Dagblad