Groep 8 XXL

(dit artikel schreef ik in opdracht van het Nederlands Dagblad voor de Onderwijsbijlage van jan 2014)

Een basisschoolgroep met 33 leerlingen kun je een XXL-klas noemen. Dat is niet onwerkbaar,wel riskant.

3_5_60df67669c5bc42ec3b9cc8357f81be8‘Ik heb een juf nodig die…..’  Dit is een van de vragen die ik aan het begin van het schooljaar heb gesteld aan al mijn leerlingen afzonderlijk. Tenminste, dat was mijn plan. Mijn ideaal was om wekelijks op dinsdagochtend tijdens het stillezen drie kinderen individueel te spreken. Dan had ik binnen drie maanden iedereen gehad. Maar ja, stillezen terwijl de juf op de gang zit is een kunst die niet iedere groep van nature verstaat.  Dus daar moest eerst nog wat onderwijs aan te pas komen. Klein beginnen, langzaam uitbouwen, belonen, straffen, een ‘leerlingmeester’ aanstellen als ordehandhaver: je haalt wat uit de kast!

commitment

Enkele weken voor de kerstvakantie wilde ik weer graag wat gesprekken voeren op de gang  en had daarbij van tevoren gezegd: ‘Ik wil graag wat kinderen spreken en vind het fijn als jullie daaraan meewerken.’ Ik had geen angstaanjagende consequentie of sensationele beloning in het vooruitzicht gesteld bij dit gewenste gedrag. Na maar liefst 20 minuten had ik nog geen enkel geluid uit de klas vernomen. Ik kon me nauwelijks bedwingen om een argwanende blik door het zijraampje te werpen. Wat voerden ze in hun schild? Waren ze massaal het raam uit gekropen? Had mijn ADHD-leerling een overdosis Ritalin meegenomen en de klas royaal getrakteerd?  Nee hoor, niets van dat alles. Het was gewoon stil en ieder deed wat verwacht werd. Al 26 minuten lang. Ik slaakte een onopvallende zucht van opluchting en intens geluk. Iedere leerkracht weet wat ik hier bedoel. Het moment dat je voelt: het zit goed tussen ons. Wij kunnen lezen en schrijven met elkaar, niet omdat we dat nou altijd zo leuk vinden, maar omdat we samen een commitment aan zijn gegaan: Wij gaan er wat van maken met elkaar! Dat kunnen we uitspreken, maar dat moet ook voelbaar en merkbaar zijn. En dit was zo’n moment. Een moment waarop ik weer besefte dat ik het mooiste vak heb dat er bestaat. Dat we samen kunnen werken en ontspannen, lachen en janken, falen en vieren.

Het is de magie tussen de leerkracht en de klas waar Theo Thijssen bijna honderd jaar geleden al over schreef in zijn meesterwerk ‘ de gelukkige klas’. Wat mij betreft wordt dat dagboek van een onderwijzer op de lijst van verplichte literatuur voor iedere PABO-student opgenomen. Je proeft er de liefde voor het vak op iedere bladzijde. En hoe verbazingwekkend actueel als je leest hoe meester Staal zich een weg worstelt tussen het belang van zijn veertig (!) leerlingen, zijn gezin, de hoofdmeester, de inspecteur en zijn eigen idealen. En dat is waar ik het onderwijs van vandaag ook in herken. Ik voel me vaak een jongleur die de ballen van allerlei belangen de lucht in moet zien te houden. (En daarbij steeds een afweging moet maken welke bal voor deze keer misschien maar even op de grond moet vallen.)

All you can need-juf

Maar nu terug naar de vraag waar ik mee begon: ‘Ik heb een juf nodig die..’ Is die vraag nog wel te stellen in het onderwijs anno 2104? Het suggereert namelijk dat er een all you can need-juf aanwezig is waaraan je slechts je wensen kenbaar hoeft te maken. Jij vraagt en zij levert. Verrassend genoeg is in de antwoorden van de kinderen maar weinig diversiteit te bespeuren. Het overgrote deel van de kinderen zegt: een juf die mij helpt. Verder wordt genoemd: een juf die goed uitlegt en een juf die van een grapje houdt. Ik weet wat mij te doen staat en dat is wat ik wil zijn: een juf die helpt. Bij een moeilijke som, bij een zere knie, bij een verdrietige dag. Ja, dat is echt wat ik wil. Het is wat ik vind dat een kind mag verwachten van mij, waar het recht op heeft. Als een kind naar huis gaat zonder de hulp te hebben gekregen die het nodig had dan heb ik gefaald, dan ben ik tekortgeschoten. Dat is hoe het werkt bij mij en dat is wat ik merk bij collega’s om mij heen. Zo kijk je naar een groep leerlingen die aan je zorg is toevertrouwd. Of dat er nou 20 zijn of 30.

miskend

Onlangs was vanuit Den Haag te horen dat het gemiddeld aantal leerlingen in een groep van 22,8 vorig jaar is gestegen naar 23,3 dit jaar. Staatssecretaris Dekker zag daarin geen aanleiding tot het nemen van maatregelen. Er kwam een stroom van reacties op gang. Leerkrachten en leraren van grote groepen voelden zich miskend. De website stopdeovervolleklassen.nl werd de cloud in geschoten en genereerde  in korte tijd tienduizenden handtekeningen om te pleiten voor een bovengrens aan het aantal leerlingen in een groep omdat het niet meer werkbaar is.

 

Ik snap dat wel. Wat zegt zo’n gemiddelde nou eigenlijk? In elk geval niets over de school waar ik werk. Dat is een XL-school met een leerlinggemiddelde van 27,8 en in mijn XXL-groep wordt komende maand de 33e leerling verwacht. Dat is veel en vol. Zeker als je bedenkt dat de afmetingen van het klaslokaal weer wel zijn bepaald aan de hand van dat landelijke gemiddelde. In een onderzoek las ik dat het best werkbare aantal leerlingen in een groep rond de 22 is. Dat is voor een leerkracht te overzien en voor de leerlingen prettig. Leerlingen geven zelf aan dat minder dan 10 niet fijn is.

controle

Er is te weinig sprake van een groepsgevoel en de keus voor vrienden is beperkt. Het onderwijs wordt dan al snel individueel gericht en er is veel controle. Ongemerkt een keer je huiswerk niet maken is er dan niet bij. Vanaf 26 leerlingen wordt het lastiger. Uitleg geven aan je buurman die het even niet snapt wordt dan niet meer een leuk klusje dat jou wordt toebedeeld maar is bittere noodzaak. Wachttijden bij de kapstok, bij het verdelen van groepjes, bij het springen over de bok, bij het uitdelen van schriften, bij het krijgen van uitleg. Alles kost meer tijd. Dit is voor zowel de leerlingen als de leerkracht frustrerend en vraagt om een excellent klassenmanagement en een grote portie geduld bij de leerlingen.

Een kleinere groep is geen garantie voor een gelukkige groep. En een grote groep is niet per definitie onwerkbaar. Maar wel riskant. En daarom maakt het mij gelukkig als het toch lukt met zo’n volle bak. Maar wel met een belangrijke voorwaarde. Dat ieder kind mij kan en wil blijven vertellen wat het nodig heeft. En dat het vervolgens van mij mag verwachten dat ik er ben bij die moeilijke som, die zere knie of die verdrietige dag. Als dat niet meer haalbaar is, dan is mijn bovengrens bereikt.

Anita Zeldenrust is leerkracht van groep 8 en gedragsspecialist op de gereformeerde basisschool
Het Zwaluwnest in Amersfoort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s