Tagarchief: opvoeding

Zin en onzin van straffen

Onze brievenbus werd de afgelopen weken driemaal gevuld met post uit Duitsland. Het was ons gelukt om tijdens een vakantieverblijf van een week maar liefst drie keer een bekeuring te scoren, en ja, alle drie ook nog eens op hetzelfde traject. We nemen ons verlies; we reden daar inderdaad te hard en ja, die ezel en die steen, die nemen we ter harte. Gelukkig zijn de Duitse tarieven aanzienlijk vriendelijker dan de Nederlandse, dus de financiële schade is te overzien. Waar we hartelijk om hebben gelachen, is de manier waarop de Duitsers hun verkeersovertredingen communiceren. Naast de beschrijving van het vergrijp worden er twee frontale foto’s toegevoegd. Een van je nummerbord en een van het hoofd van de dader, die op dat moment achter het stuur zit. Mocht je jezelf niet herkennen op de foto, dan heb je het recht bezwaar te maken tegen de tenlastelegging.
Dat bezwaar was niet nodig. Dit waren onmiskenbaar onze hoofden. We stonden er beiden overigens niet echt florissant op; in de galerij der criminelen zouden we niet misstaan. Dat alleen al was reden genoeg om die boete zo snel mogelijk te betalen. Ik moet er toch niet aan denken dat deze chagrijnige versie van mezelf ooit in Opsporing verzocht wordt getoond.

geen gedragsverandering
Welk effect heeft een dergelijke straf nu eigenlijk op je gedrag? In mijn geval brengt het nauwelijks gedragsverandering teweeg, omdat ik niet overtuigd ben van de ernst van dit vergrijp. Het was maar een kleine geldboete; daar eet ik geen boterham minder om. Een zwaardere straf zou mij vooral boos hebben gemaakt. Op die Duitsers die op een weg waar je 70 mag rijden, een bord met 50 zetten als je een stadje nadert, en dan vervolgens pal na dat bord een flitspaal plaatsen. Je hebt nauwelijks tijd om je snelheid te minderen. Ik ben er vast van overtuigd dat geen enkel levend wezen hierdoor in gevaar is geweest. Er heeft bij mij dus geen morele verandering plaatsgevonden, want er is geen innerlijke overtuiging ontstaan dat de handeling gevaarlijk was. Dit zorgt er niet voor dat je je rijgedrag aanpast; het zorgt er misschien vooral voor dat je probeert onopgemerkt te blijven met je gedrag, om de straf te ontlopen. Dus dat je afremt op de plaats waar je een flitspaal vermoedt, om vervolgens het gaspedaal weer flink in te trappen.
Zo ontstaat een cultuur waarin het een deugd is elkaar te verklappen bij welke hectometerpaal de flitspalen staan, en waar zelfs nieuwsbulletins op de radio afsluiten met het prijsgeven van de flitslocaties. Het geeft het signaal af dat de wetgeving flauwekul is en je bedreven moet zien te worden in het ontlopen van de straf.

warme betrokkenheid
In de opvoeding van kinderen werkt dit eigenlijk precies hetzelfde. Als kinderen niet begrijpen waarom een regel wordt gehanteerd, of zelf het nut er niet van inzien, zullen ze zich enkel aan een regel houden uit angst voor de straf, óf vanwege een positieve relatie die ze met de regelgever hebben, waardoor ze de opvoeder niet willen teleurstellen. Maar zodra de opvoeder uit beeld is, verdwijnt de regel ook uit beeld. In beide gevallen wordt de regel niet geïnternaliseerd; er is geen innerlijke overtuiging gegroeid.
Wat werkt dan wel? Daar zijn al heel wat onderzoeken op losgelaten. Belangrijk blijkt dat kinderen schuldgevoel en empathie ontwikkelen voor de gevolgen van hun gedrag. En dat is voornamelijk een vrucht van warme betrokkenheid die opvoeders tonen, in combinatie met een heldere uitleg over het waarom van de regels. Dit wordt ook wel de autoritatieve benadering genoemd. Die geeft de meeste kans op een morele ontwikkeling waarbij regels vanwege intrinsieke motivatie worden nageleefd.
Of dat op Duitse Autobahnen ook gaat werken, betwijfel ik. Controle zonder warme betrokkenheid levert namelijk vooral weerstand op. Er zit niets anders op dan dus af en toe ook gewoon genoegen te nemen met ‘omdat ik het zeg’. Anders kost het je een vermogen aan boetes, of aan flitspaal­verklikkers.

©Nederlands Dagblad

Anita Zeldenrust-vd Kuilen, 25 feb 2019

 

Verhuizen

IMG-4573Het zijn hectische maanden. Sinds mijn man en ik het roer hebben omgegooid, is ons leven in een versnelling gekomen die we zelf nauwelijks bij kunnen houden. Dat er nu een deadline voor een column is, dwingt mij om even een pas op de plaats te maken waar ik anders ongemerkt aan voorbij zou zijn gehold. Begin 2018 hebben wij de knoop doorgehakt: we zeggen beiden onze baan op en gaan samen een gezinshuis beginnen. Geraakt door de nood van zo veel uit huis geplaatste kinderen en passend bij de levensfase waarin wij met onze eigen kinderen zijn, kwam dit als een antwoord op een nog ongebeden gebed.

Nu is het bijna december en vind ik mezelf terug in een kamer vol verhuisdozen. Nog een week en we wonen hier niet meer. Tien jaar lang was dit ons thuis. De kinderen werden er groot, namen er hun eerste vriendjes mee. We hebben er gelachen, gehuild, gestreden en bemind. Terwijl de dozen worden gevuld met tastbare spullen stop ik al die ontastbare herinneringen er in gedachten bij in.

verdriet van een kind

Ondertussen loopt onze jongste binnen en kijkt niet blij. Het vooruitzicht van verhuizen maakt hem verdrietig en ik merk dat het me in verwarring brengt. Dit was toch het idee wat we allemaal omarmden? Waar we samen als gezin voor willen gaan? Voor ik het in de gaten heb, zeg ik woorden als ‘ach joh, het is maar gewoon een huis met vier muren, de mensen die er wonen maken dat je je thuis voelt en die gaan allemaal mee naar het nieuwe huis.’

Ik kan mezelf even later wel voor m’n kop slaan. Waarom maak ik deze foute opmerking? Hoe vaak heb ik in mijn werk leerkrachten en ouders juist daarvoor gewaarschuwd: bagatelliseer het verdriet van een kind niet, kom niet gelijk met een oplossing.

Eigenlijk weet ik wel waarom ik dit zei. Ik wil gewoon niet dat het waar is. Deze verhuizing moet vooral positief en fijn zijn. Maar ik reageerde te gehaast, ik wilde een snelle oplossing en dat we daarna dan gewoon weer allemaal gelukkig zijn. Ik onderschatte de diepte van de wortels waarmee hij aan deze plek is vastgegroeid.

Verhuizen met een gezin doe je niet even tussendoor. Voor kinderen is het zeer ingrijpend. Met name als de verhuizing het gevolg is van een heftige gebeurtenis als een echtscheiding, een overlijden of bijvoorbeeld schulden. Juist in de hectiek ervan met al je eigen emoties is het voor ouder(s) een zware opgave om goed op je kinderen te blijven letten, hen mee te nemen in het proces en hen even de ruimte te geven als ze er nog niet aan toe zijn.

vruchtbare grond

In gedachten zie ik de kinderen die wij straks in ons gezinshuis hopen op te vangen. Ze hebben voor ons nu nog geen gezicht, maar één ding is al duidelijk: ze zullen moeten verhuizen om bij ons te komen wonen. Een aantal van hen is al vaker verhuisd dan ze jarig zijn geweest. Met alles wat deze kinderen al te verduren hebben gehad, is het maar de vraag of er van hun wortels nog ergens iets terug te vinden is. Onze uitdaging wordt het bieden van vruchtbare grond met alle ruimte om wortel te schieten.

Inmiddels ligt de zoon in bed als ik de laatste doos van deze kamer heb gevuld. Wat nog rest, is een stoel en een tv. Van een paar dozen maak ik een tafeltje waar ik de tv op zet. De PlayStation plaats ik ernaast en alle stekkers steek ik er weer in. Neem nog maar even je tijd mijn zoon, want ik weet dat deze plek je dierbaar is. Je wortels zijn al blootgelegd en het is onvermijdelijk dat ze de grond hier gaan verlaten. Mag ik je dan helpen zoeken naar een geschikt stukje grond om opnieuw te wortelen? Ik beloof je dat ik geen snelle oplossingen meer zal roepen. Behalve dan deze ene tip: zoek het aan de waterkant, daar waar de grond het vruchtbaarst is.

©Nederlands Dagblad, 26 november ’18
Anita Zeldenrust-vd Kuilen